Benaderingswijze

Model

Het huidige trainingsmodel opgedeeld in pilaren.

Modeloverzicht

Samenvatting

Verkorte kernpunten van ons trainingsmodel.

Werkwijze

  1. 01

    Spel-gebaseerde relatie

    Motivatie, uitlaatklep, verrijking.

  2. 02

    Vorming van gedragskaders

    Vaardigheden nodig in het einddoel.

  3. 03

    Toepassing in context

    Overdraging naar non-neutrale omgeving.

Pilaren

Elementen van het trainingsmodel.

01

Fundamenten

Beginselen die training uitvoerbaar, duidelijk en motiverend maken.

Restrictie

Indirecte maatregelen die gedrag beïnvloeden door gelegenheid, context en uitvoerbaarheid te sturen.

StabiliteitVeiligheid

Motivatie

Ontwikkeling van beheersbare aantrekkingskracht om gedrag te vormen en te herleiden.

Aantrekkingskracht

Betrokkenheid

Aandacht en aantrekkingskracht behouden onder verschillende omstandigheden.

Verbinding

Communicatie

Duidelijke feedback en voorspelbare bedoelingen tussen geleider en hond.

VoorspelbaarheidRoutine

Drukbegrip

Druk begrijpelijk maken als richtinggevend en begrenzend communicatiemiddel.

WeerbaarheidHerstel
02

Vorming

Vorming van gedragskaders, associaties en signaal-binding.

Kaders

Gedragskaders: de concrete opties, vormen of doelresponsen die worden opgebouwd.

VermogenAutonomie

Associatievorming

De voorspellende en emotionele betekenis van prikkels vormen.

ValentieOptimismeVeiligheid

Signaleerbaarheid

Gedrag, context en betekenis onder heldere signalen brengen.

VoorspelbaarheidRoutine
03

Beproeving

Gedrag berekenbaar laten functioneren in verscheidene contexten, zonder expliciete hulp.

Moeilijkheidsgraad

De varaties waaronder gedrag moet blijven functioneren (duratie, afstand, afleiding, en context-wisselingen).

CompetentieWeerbaarheidAutonomie

Berekenbaarheid

De mate waarin gedrag voorspelbaar blijft onder minieme instructie of begeleiding.

VrijheidStabiliteitAnti-fragiliteit

Fundamenten

Beginselen die training uitvoerbaar, duidelijk en motiverend maken.

Restrictie

Indirecte maatregelen die gedrag beïnvloeden door gelegenheid, context en uitvoerbaarheid te sturen.

Middels restrictie limiteer je de opties die jouw hond heeft. Door strategische inzet hiervan voorkom je dat ongewenst gedrag beoefent blijft worden (vergewoontelijking, bekrachtiging), terwijl we voorwaarden scheppen om gewenst doel- of richtgedrag waarschijnlijker te maken. Bron 1Handbook of Applied Dog Behavior and Training, Volume 3: Procedures and ProtocolsSteven R. LindsayNaar referentieblok Bron 2Counterconditioning-Based Interventions for Companion Dog Behavioural Modification: A Systematic ReviewJoanna Shnookal, Deanna Tepper, Tiffani Howell, Pauleen BennettDOI: 10.1016/j.applanim.2024.106305Naar referentieblok Bron 3Exploring Trainer Insights and Understanding of On-Lead Dog Aggressive Behaviours and Behavioural Modification AdviceJoanna Shnookal, Liam Clay, Tiffani Howell, Pauleen BennettDOI: 10.1007/s44338-025-00119-1Naar referentieblok

Doel

Voorkom ontstaan of verergering van ongewenst gedrag

Ontneem tijdelijk gelegenheid voor herhaling en succes van probleemgedrag.

Verlaag de moeilijkheidsgraad van de omgeving

Maak de context uitvoerbaar voordat je hogere criteria vraagt.

Maak succes voorspelbaarder

Richt de situatie zo in dat gewenst gedrag vaker kan ontstaan en bekrachtigd kan worden.

Restrictie neemt alternatieve (ongewenste) opties af, wat de hond een zetje kan helpen in de richting van ons doelgedrag, waardoor deze kans heeft aan te slaan en uit te breiden. Het past de verwachting aan op de kunde van de hond.

Wanneer restrictie niet overwogen wordt in de weg naar doelgedrag, is de kans op falen groter, waardoor ontwikkeling van het doelgedrag belemmerd raakt. Onder-ontwikkelde training poogt dan te concurreren met een omgeving die te veel mogelijke alternatieven aanbiedt.

Het ombuigen van probleemgedrag wordt erg verhinderd indien het probleemgedrag zich veel kan herhalen of zelfs uitbreiden.

Motivatie

Ontwikkeling van beheersbare aantrekkingskracht om gedrag te vormen en te herleiden.

Motivatie is de hefboom voor het kunnen beïnvloeden van gedrag. Bron 4Reward Salience and Choice in a Controlling Context: A Lab ExperimentRosa Hendijani, Piers SteelDOI: 10.3389/fpsyg.2022.862152Naar referentieblok

Doel

Ontwikkel voedsel- en/of speldrijf als bron voor samenwerking

Zorg dat er een beheersbare motivator is waarmee gedrag kan worden opgebouwd.

Maak jezelf herkenbaar als toegangspoort tot waarde

De hond leert dat samenwerking met de geleider toegang geeft tot begeerde uitkomsten.

Gebruik markeersignalen om motivatie voorspelbaar te maken.

Maak herkenbaar wanneer toegang tot de motivator opent, zowel als wanneer niet.

Door motivatie te ontwikkelen binnen de relatie met je hond krijg je wind mee: wat de hond wil en wat jij zoekt komt zo veel mogelijk overeen, en bij overlapping verloopt gedrag erg soepel en gemakkelijk.

Hoe minder motivatie een hond heeft bij het uitoefenen van een gedrag, hoe groter de afhankelijkheid van druk wordt om het te doen slagen. In hoge mate leidt dit naar verhoging van stress, of zelfs pessimisme. Bron 5Does Training Method Matter? Evidence for the Negative Impact of Aversive-Based Methods on Companion Dog WelfareAna Catarina Vieira de Castro, I. Anna S. OlssonDOI: 10.1371/journal.pone.0225023Naar referentieblok Bron 6Dogs Are More Pessimistic if Their Owners Use Two or More Aversive Training MethodsRachel A. Casey et al.DOI: 10.1038/s41598-021-97743-0Naar referentieblok

Betrokkenheid

Aandacht en aantrekkingskracht behouden onder verschillende omstandigheden.

Betrokkenheid is de overbrugging van motivatie naar bruikbaarheid in diverse omgevingen en situaties. Motivatie op zichzelf vaststellen zorgt dat het een bekende activiteit en interactie is, maar betrokkenheid is het verruimen van waar deze activiteit inzetbaar en beoefenbaar wordt.

Doel

Generaliseer aandacht en aantrekkingskracht naar verschillende omgevingen

Maak betrokkenheid niet afhankelijk van één omgeving, situatie, of ritueel.

Maak afleiding geleidelijk deel van de oefening

Versterk de centrale motiverende activiteit van zwak- tot sterk-afleidende omgevingen.

Voorkom dat trainingswaarde alleen bestaat in één vaste positie of context

Bouw motivatie in verschillende gedragingen en gedragskettingen, zodat gedrag niet eentonig raakt.

Verlaag de context wanneer betrokkenheid instort

Ga terug naar een niveau waarop de hond opnieuw bereikbaar en beïnvloedbaar wordt.

Maak aandrang richting je centrale motiverende interactie minder afhankelijk van kale, neutrale omstandigheden. Hierdoor wordt het gemakkelijker om gehoorzaamheid uit te breiden naar diverse situaties.

Communicatie

Duidelijke feedback en voorspelbare bedoelingen tussen geleider en hond.

Communicatie is in dit model primair het opbouwen van een set markeersignalenMTrainingsmodelCommunicatieMarkeersignalen, gedragssignalen en foutinformatie als voorspellende informatie in training.markeersignalensignalenfeedback.

De markeersignalen krijgen betekenis middels klassieke conditioneringP→GHondengedragKlassieke conditioneringEen prikkel krijgt betekenis door het gevolg dat deze voorspelt: prikkel → gevolg.prikkelgevolgassociatie: een neutraal verbaal signaal krijgt betekenis door het gevolg dat het aankondigt.

Doel

Maak juist en fout herkenbaar

De hond moet kunnen leren welke beslissing toegang opent, welke beslissing niets oplevert, en welke beslissing onderbroken wordt.

Koppel elk signaal aan een vaste betekenis

Een markerwoordenboek werkt alleen wanneer dezelfde marker steeds dezelfde categorie gevolg voorspelt.

Gebruik feedback op het beslismoment

Markeer niet vaag achteraf, maar zo dicht mogelijk op de keuze of prikkelreactie die je wilt bevestigen, stoppen of ombuigen.

Middels deze markeersignalen kunnen we bepaalde affectieve associaties vormen, maar vooral ook specifieke resultaten aankondigen als gevolg van de hond's keuzesP→K→UHondengedragOperante conditioneringGedrag wordt gevormd door de verwachte uitkomst van een keuze: prikkel → keuze → uitkomst.keuzeuitkomstbekrachtiging.

Drukbegrip

Druk begrijpelijk maken als richtinggevend en begrenzend communicatiemiddel.

Druk of spanning is een ondersteunend middel bij gedragsvorming zowel als ontwikkeling van weerbaarheid. Dit maakt vorming van specifiek gedrag mogelijk, zowel als inzetbaarheid van druk als gedragssignaal. Bron 7Self-Control and Predictability: Their Effects on Reactions to Aversive StimulationErvin Staub, Bernard Tursky, Gary E. SchwartzDOI: 10.1037/h0030851Naar referentieblok Bron 8Seeding Stress Resilience Through InoculationArchana Ashokan, Meenalochani Sivasubramanian, Rupshi MitraDOI: 10.1155/2016/4928081Naar referentieblok

Doel

Lijn- en lichaamsdruk als richting

Druk kan helpen specifieke bewegingen te vormen, zowel als functioneren als signaal.

Weerbaarheid

Gecontroleerde blootstelling aan druk draagt bij aan de weerbaarheid tegen stress.

Bouw stressbestendigheid op zonder de hond onnodig te overspoelen

Verhoog intensiteit alleen zolang verwerking en herstel stabiel blijven. Het doel is bevordering en versnelling van herstel in reactie op uitdagende opgaven, niet het veroorzaken van blokkade of sensitisatie.

Vorming

Vorming van gedragskaders, associaties en signaal-binding.

Kaders

Gedragskaders: de concrete opties, vormen of doelresponsen die worden opgebouwd.

Vorming is het construeren van gedrag. Dit kan met verscheidene vormen. In dit model ligt meer nadruk op geassisteerd vormen.

Doel

Creëer of hervorm gedrag in incrementele delen

Maak criteria klein genoeg om de begeerde vorm te kunnen markeren en versterken middels de opgebouwde motivator.

Bind gedrag aan (gedrags)signalen

Schep controle over uitoefening door het gedrag aan een signaal te koppelen.

[Hervorming]: ontwikkel alternatieve keuze-opties

Vorm nieuwe opties die naast een ongewenste keuze kunnen bestaan.

Opbouw

Begin

Gedrag is imperfect, niet eenduidig, vereist veel aanwijzing.

Patroonvorming

Gedrag is herhaalbaar met aanwijzing.

Vervaging

Gedrag is herhaalbaar met minieme aanwijzing.

Signaal-responsief

Gedragssingaal activeert het juiste gedrag.

Vorming helpt de hond middels de voorgaande pilaren nieuw gedrag aan te leren. Het grootste aandeel hierin is dat de hond hierdoor begrijpt wat wij bedoelen en wat de verwachting is.

Een voornaamste valkuil die in dit proces verholpen kan worden is het overschaduwen van verbale gedragssignalen, waarbij een hond meer reageert op andere signalen (zoals lichaamstaal) dan op een verbaal gedragssignaal. Goede vorming voegt namelijk niet voortijdig een gedragssingaal toe, maar doet dit met geleidelijke vervaging.

Associatievorming

De voorspellende en emotionele betekenis van prikkels vormen.

Associatievorming is het vormen van de valentie en emotionele betekenis van prikkels.

Dit functioneer voornamelijk via klassieke conditioneringP→GHondengedragKlassieke conditioneringEen prikkel krijgt betekenis door het gevolg dat deze voorspelt: prikkel → gevolg.prikkelgevolgassociatie: prikkels krijgen betekenis door wat zij aankondigen. Daardoor kan een prikkel aantrekkelijker, veiliger, neutraler, bedreigender of ook insignificant worden.

Hieronder vallen onder andere blootstelling, socialisatie, (de)sensitisatie, "counter-conditioning" / neutralizatie, en vergewoontelijking.

Dit speelt een fundamentele rol in zowel wenselijke ontwikkeling (bijvoorbeeld het socializeren van een puppy), als toepassingen in gedragstherapie. Emotie onderligt namelijk de reeks aan keuzeopties die voor een hond het meest waarschijnlijk worden om uit te voeren--aldus, voordat operante uitkomsten worden gemanipuleerd.

Signaleerbaarheid

Gedrag, context en betekenis onder heldere signalen brengen.

Signaleerbaarheid is het onder signalen brengen van gevormd gedrag, contexten en omgevingsprikkeling.

Meestal gaat dit om verbale signalen, maar een signaal kan ook bestaan uit lichaamstaal, lijn-sensatie, locatie, materiaal, routine, of een overgangspatroon.

Bij gedragssignalen betekent dit dat een gevormd gedrag onder stimuluscontrole komt. Bij omgevingsprikkels betekent dit dat de hond leert welke prikkel of context relevant is, wat deze aankondigt, en welke reactie daarbij hoort.

Beproeving

Gedrag berekenbaar laten functioneren in verscheidene contexten, zonder expliciete hulp.

Moeilijkheidsgraad

De varaties waaronder gedrag moet blijven functioneren (duratie, afstand, afleiding, en context-wisselingen).

Generalizatie is het divers maken van hoe en waar gevormd gedrag opgevraagd en uitgeoefend kan worden.

Dit splits af in twee vormen: generalizatie binnen het gedrag zelf, in de neutrale oefen-context:

Criteria

Signaal-exclusiviteit

Activatie is duidelijk signaal- of context-gebonden, en vereist geen ondersteunende aanwijzingen.

Transities

Verschillende vormen van signaal-afgifte door geleider, verschillende voor- en na-posities.

Aanhouding

Verlengde duratie in positie / doelgedrag.

Context-verruiming

Gradaties aan verhoogde afstand en milde (relatief neutrale) afleidingen zonder positie / doelgedrag af te breken.

Zowel als met een nadruk op veranderingen in de omgeving:

Opbouw

Overdraging

Gedrag kan gevraagd worden in andere (mild-prikkelende) contexten en omstandigheden dan de originele oefencontext.

Door generalizatie wordt gevormd gedrag robuust en bruikbaar in verschillende situaties, omgevingen en vanuit meerdere (transitie-)contexten.

Berekenbaarheid

De mate waarin gedrag voorspelbaar blijft onder minieme instructie of begeleiding.

Beproeving is het proces waarbij aangeleerd en gegeneralizeerd gedrag op de proef wordt gesteld. Het is vooral de bedoeling (anders dan bij generalizatie), dat het gedrag afhankelijker van aard is, en er dus minder ondersteuning van de geleider vereist is om het uit te dragen. Dit kan het generalizatie-proces verder informeren: waar valt het gedrag uit elkaar, en waardoor?

Criterium

Afleiding

Behoud van positie / doelgedrag onder verhoogde afleiding zonder of met minieme ondersteuning van geleider.

Hierbij kunnen laatste imperfecties worden geaddresseerd die anderzijds niet naar voren komen door de ruis van onmiddelijke interventie van de geleider. Waar we bij generalizatie motivatie en druk kunnen inzetten om gedrag ondersteunend langer te behouden, is bij beproeving de vraag wat er gebeurt wanneer deze ondersteuning gedeeltelijk of volledig verdwijnt. Dat is namelijk kenmerkend voor hoe onafhankelijk het gedrag overgenomen is.

Referenties

  1. Steven R. Lindsay
    2005
  2. Joanna Shnookal, Deanna Tepper, Tiffani Howell, Pauleen Bennett
    2024
    10.1016/j.applanim.2024.106305
  3. Joanna Shnookal, Liam Clay, Tiffani Howell, Pauleen Bennett
    2025-08-27
    10.1007/s44338-025-00119-1
  4. Rosa Hendijani, Piers Steel
    2022-04-25
    10.3389/fpsyg.2022.862152
  5. Ana Catarina Vieira de Castro, I. Anna S. Olsson
    2020-12-16
    10.1371/journal.pone.0225023
  6. Rachel A. Casey et al.
    2021
    10.1038/s41598-021-97743-0
  7. Ervin Staub, Bernard Tursky, Gary E. Schwartz
    1971
    10.1037/h0030851
  8. Archana Ashokan, Meenalochani Sivasubramanian, Rupshi Mitra
    2016-01-05
    10.1155/2016/4928081