Dit beschrijft hoe de hond reageert op de omgeving om die te manipuleren. Ofwel, hoe de hond middels verschillende keuzes, specifieke uitkomsten kan creëren. Afhankelijk van hoe voordelig of nadelig dat effect voor de hond uitpakt, kan de hond toekomstige keuzes aldus aanpassen: meer keuzes maken die tot verwachte voordelen leiden en minder keuzes maken die tot verwachte nadelen leiden. Dit is natuurlijk mede-afhankelijk van wat de drijfveren van de hond zijn. Bron 4Reward and Punishment Act as Distinct Factors in Guiding BehaviorJan Kubanek, Lawrence H. Snyder, Richard A. AbramsDOI: 10.1016/j.cognition.2015.03.005Naar referentieblok
Voordeel en nadeel
Een keuze-gebonden uitkomst maakt gedrag waarschijnlijker of onwaarschijnlijker.
Voordeel geselecteerd: de uitkomst versterkt deze keuze tegenover de prikkel.
Schakel tussen de twee mogelijke uitkomsten: voordeel versterkt deze keuze; nadeel verzwakt deze keuze.
Dit kun je tevens herordenen op de volgende wijze:
Operante conditionering · kwadranten
Vier manieren waarop uitkomsten gedrag vormen
Positief en negatief betekenen aanwezigheid en afwezigheid (toevoeging of opheffing), van een aantrekker (appetetief) of een afstoter (aversief). Door deze te combineren ontstaan er vier mogelijke opties (ook wel 'kwadranten' genoemd): +R, -R, +P, -P. Daarin verwijst 'R' naar 'reinforcement', ofwel versterking/bekrachtiging en verwijst 'P' naar 'punishment', ofwel ontkrachting/verzwakking. Elk van de vier kwadranten is een specifiek effect dat een uitkomst (feedback-prikkel) heeft op een gemaakte keuze/reactie/gedragsuiting.
Versterkt keuze
gedrag neemt toe in frequentie
Verzwakt keuze
gedrag neemt af in frequentie
+
Activatie
toevoeging
-
Deactivatie
opheffing
R+Appetitief
Beloning/Zelfloning
Toegang tot een motivator wordt verkregen als gevolg van de keuze.
De keuze wordt na deze ervaring waarschijnlijker.
R-Aversief
Verlichting/Opluchting
Een demotivator, druk of ongemak wordt weggenomen (ontsnapt) als gevolg van de keuze.
De keuze wordt na deze ervaring waarschijnlijker.
P+Aversief
Correctie/Bestraffing
Een demotivator, druk of ongemak wordt geactiveerd (vermijdbaar, maar niet-ontsnapbaar) als gevolg van de keuze.
De keuze wordt na deze ervaring minder waarschijnlijk.
P-Appetitief
Verlies/Frustratie
Toegang tot een motivator wordt verloren als gevolg van de keuze.
De keuze wordt na deze ervaring minder waarschijnlijk.
De vier operante kwadranten ordenen uitkomsten naar richting en effect: +R en -R versterken gedrag; +P en -P verzwakken gedrag.
Zo kun je zien dat bijvoorbeeld de verlichting van een discomfort gedrag waarschijnlijker kan maken, omdat het (gedragseconomisch) een "voordeel" oplevert.
Daarnaast is het een veelgemaakte vergissing om te denken dat enkel onze feedback fungeert als dit soort uitkomsten, of dat wij zelf kunnen beslissen tot welk kwadrant een uitkomst behoort. Dit is altijd subjectief, ofwel: het is afhankelijk van hoe de hond een uitkomst ervaart en hoe zij hierop reageren tot welk kwadrant het behoort. Daardoor is het dus tevens zo dat externe invloeden en uitkomsten vaak een grotere rol spelen (juist ook in samenspel met onze feedback) dan wij geneigd zijn te denken. Bron 8Reward and Punishment Act as Distinct Factors in Guiding BehaviorJan Kubanek, Lawrence H. Snyder, Richard A. AbramsDOI: 10.1016/j.cognition.2015.03.005Naar referentieblok
Praktisch gezien is ons streven in het trainingsproces om een doelgedrag voor de hond voordelig te laten zijn, en een tegengedrag (tegenovergestelde van een doelgedrag) voor de hond nadelig te laten zijn. Dit is echter een versimpeling, want in de realiteit willen we de garantie voor succes vergroten door mede gebruik te maken van restrictie, en het doelgedrag te passen op het huidige niveau van onze, zowel als de hond's, kunde.
Een gezond trainingsproces draait om relatie-ontwikkeling. Daarom wordt een trainingsproces vaak ingericht rondom belonings-gericht werk (R+). Hierdoor blijft het interessant en krijgt de hond er zingeving uit. Dit sluit de andere kwadranten verder niet uit, maar zorgt dat training leunt op appetetieve associaties: genot, niet discomfort. Zie het zo: tegenslagen zijn niet erg, zolang er genoeg reden is om optimistisch te blijven over de kans op slagen, en de uitkomst van slagen hoger weegt dan enige tegenslag op weg om die te kunnen verkrijgen. Het moet, simpel uitgedrukt, de moeite waard blijven om door te gaan. Als algemene regel zal een activiteit die namelijk weinig oplevert over tijd worden opgegeven, wat het overgrote deel van ons trainingsproces geen goed doet. Aldus refereren we hier naar de pilaar 'Motivatie' in het trainingsmodel. Bron 9Does Training Method Matter? Evidence for the Negative Impact of Aversive-Based Methods on Companion Dog WelfareAna Catarina Vieira de Castro, I. Anna S. OlssonDOI: 10.1371/journal.pone.0225023Naar referentieblokBron 10Dogs Are More Pessimistic if Their Owners Use Two or More Aversive Training MethodsRachel A. Casey et al.DOI: 10.1038/s41598-021-97743-0Naar referentieblok