5×C (de vijf C’s)
Vijf elementen ter bevordering van duidelijkheid, effectiviteit, welzijn, en competentie.
De vijf C’s vormen een kader voor het beoordelen van de invloed van appetitieve en aversieve gevolgen op gedrag. Het model is oorspronkelijk ontwikkeld om het gebruik van aversieve stimulatie nauwkeuriger te kunnen beoordelen, maar dezelfde vragen zijn ook relevant voor bekrachtiging en andere operante gevolgen.
Het kader kijkt niet alleen naar de vraag of een gevolg aangenaam of onaangenaam is. Het onderzoekt ook hoe duidelijk het gevolg aan gedrag is gekoppeld, welke informatie eraan voorafgaat, hoeveel invloed de hond op de uitkomst heeft, binnen welke bredere omstandigheden het plaatsvindt en hoe stabiel het patroon over herhaalde gelegenheden is.
De vijf onderdelen zijn contingentie, cues, controle, context en consistentie. Zij kunnen afzonderlijk worden beoordeeld, maar bepalen vooral in samenhang hoe begrijpelijk, uitvoerbaar en invloedrijk een leerarrangement voor de hond is.
